De voedselbank, columns over de rol van kunst in crisistijd, NOK, Beetsterzwaag, 2015, 52 blz.

2013 was het jaar dat de economische crisis realiteit werd voor velen. Het nieuws stond bol van schrijnende bezuinigingsmaatregelen, heel veel mensen spraken over hun snel verslechterde situatie. Dichter Peter van Lier herkende zich in hun verhalen. Hij heeft zich als poet in residence geruime tijd opgehouden in de tentoonstellingsruimten van NOK 6. NOK was een podium voor beeldende kunst uit Friesland en Groningen, waarvan de zesde editie in 2014 was gevestigd in Beetsterzwaag. Door zich in te laten met de werken die er hingen, heeft hij in korte essays verslag gedaan van zijn zoektocht naar inspiratie, inzicht en troost.
In dit boek bespreekt Peter van Lier werk van: Machteld van Buren, Dolf Verlinden, Thijs Jansen, Eja Siepman van den Berg, Drewes de Wit, Pascal van der Graaf, Jans Muskee, B.C. Epker, Zoltin Peeter, Fabian Westphal, Kaneli & Smit, Eveline van Duyl, John van de Rijdt, Fred Pollack, Ilona Hakvoort, Sies Bleeker, Henk de Vries, Ramon van de Werken en Mieke Fokkinga.

[Verkrijgbaar bij kunstruimte Wagemans of bij petervanlier@gmail.com]

Over het verblijf van Van Lier tijdens NOK 6 in Beetsterzwaag schreven Jurjen K. van der Hoek, Dirk van Ginkel en over het boek: Dirk van Ginkel, Jurjen K. van der Hoek en Remco Ekkers.

____

Voor het Rijksmuseum Twenthe schreef Peter van Lier van 2008 tot en met 2013 een column over beeldende kunst in het tijdschrift Muse.

In 2017 verscheen het boekSubmerging: afscheid van het verzamelhuis bij Peter Foolen Editions. Het boek handelt over de ontmanteling van het huis waarin verzamelaar Rolf van Hulten zijn kunstcollectie had ondergebracht. Peter van Lier schreef in dit boek over een klein abstract werk van Antonio Calderara, dat hij verrassend genoeg ziet als het portret van de verzamelaar.

Ook in 2017 verscheen de publicatie: Machteld van Buren, What does your soul look like bij Mauritsheech Publishers. Machteld van Buren (1956) maakt verrassend gelaagd werk met een verbluffende dieptewerking. Peter van Lier vergelijkt in de uitgave deze tekeningen op doek met de gesamplede muziek van DJ Shadow.

Verder schreef hij in dat jaar een column na het zien van het schilderij Auke van Hans Hoekstra in melklokaal in Heerenveen, en over een titelloos werk van Jan Swart in Wall House #2 in Groningen.

Tevens verscheen van Dolph Kessler in 2017  het fotoboek Friesland, het kleinste land op aardePeter van Lier publiceerde daarin het essay 'Fries fan utens', over hoe het is om als relatieve buitenstaander te wonen en te werken in Friesland.
_____

De eerste column uit De voedselbank:


DE VERBIJSTERDEN

Machteld van Buren, Einde beheersgebied 
11, 2013, collage op papier, 35 x 41 cm
Nederland is Spanje niet. Nog niet, nooit niet? In een nummer van De Groene Amsterdammer, ergens begin 2014 verschenen, lees ik het verhaal van een Spaanse journaliste en schrijfster die, ik citeer, 'na een langdurige armoedeval' met haar kinderen uit haar huis werd gezet.
   Armoedeval.
   Een nieuw woord? In ieder geval voor mij. Voelt onheilspellend aan, zoveel is zeker. En dat is het ook, want wat mijn Spaanse collega heeft meegemaakt heb ik nog nooit meegemaakt en hoop ik ook nooit mee te maken: dat je zelfs een pak melk niet meer kunt betalen.
   Armoedeval, het woord beschrijft dus echt een val, een val in de armoede die je niet van tevoren ziet aankomen. Luguber. Huis uitgezet, gang naar de voedselbank. Dat soort onheil.
   Voedselbank.
   Nog zo'n woord dat je niet hoeft te kennen als het je financieel niet echt tegenzit. Wat voor bank is dat? Ik kijk vanuit mijn ooghoeken naar de collage Einde beheersgebied 11 van Machteld van Buren, zie er een man op een scheef bankje zitten en meen te begrijpen wat een voedselbank is. Eerste vereiste: een hellend vlak, met als voorwaarde: een onvaste ondergrond.
   'Einde beheersgebied' had ook uit de mond van de Spaanse schrijfster kunnen komen om haar situatie te beschrijven. Maar zij schreef een boek dat in vertaling 'Op straat gesmeten' zou heten. De straat in de collage is bezaaid met rode stippen, in de omgeving van het hellende bankje nog geordend, maar verder daarvandaan raken zij uit het gelid, dreigt er chaos. Die chaos heeft het bankje nog niet bereikt. De persoon die daarop zit lijkt niet te zijn overgeleverd aan angst of wanhoop, hoewel dat niet van zijn gezicht is af te lezen, want dat is volkomen in schaduw gehuld.
   'In schaduw' is misschien te zwak uitgedrukt, want de donkerte waarin het zich bevindt doet niet onder voor de nacht. Die donkerte omhult ook de kleine wereld waarop het bankje met de man gegrondvest is. Een onbestemd gevoel neemt bezit van me: hoelang nog zal het duren voordat het scheefstaande bankje verder wegzakt en de man ervan afglijdt? Zijn lot weerspiegelt zich in zijn gezicht, dat nu al onzichtbaar is. Zijn val zal hem via de chaotische rechterbenedenhoek van zijn minibiotoop doen verdwijnen in de kilte van een pikzwart universum.
   Niets.
   Niets zal er van de man overblijven. Hoe bewonderenswaardig dus is de onmiskenbaar ontspannen houding waarmee hij zich staande houdt! Alsof hij een arbeider is die tijdens de pauze met stevige trek laconiek zijn lunchpakket opent. Ik krijg er bijna zelf honger van, en goede moed, hem daar zo te zien zitten. De omgeving heeft hem zichtbaar aangetast met nietsigheid, toch lijkt die hem niet wezenlijk te deren. De overlevingstactiek die hij aanwendt is gehuld in alledaagsheid en vermomd als argeloosheid. De Spaanse schrijfster omschrijft haar positie met: 'Een kwestie van blijven fietsen, anders val je om.'